ECLI:NL:RBARN:2012:BV8586
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling koopprijs aandelen en geschil over relatie- en concurrentiebeding tussen Westergo en Accon
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] c.s. en Accon over de betaling van een laatste termijn van €150.000 van de koopprijs van aandelen en de vermeende overtreding van relatie- en concurrentiebedingen uit een managementovereenkomst. [eiser] had zijn aandelen in 2006 verkocht en zijn werkzaamheden voor Accon per 31 december 2009 beëindigd. Accon stelde dat [eiser] het relatiebeding had overtreden door klanten via een stroman naar een ander accountantskantoor te bewegen, wat [eiser] betwistte.
De rechtbank oordeelde dat Accon onvoldoende concrete feiten had gesteld om de overtreding van het relatiebeding te bewijzen, mede gelet op verklaringen van klanten die het tegendeel bevestigden. Ook het concurrentiebeding werd niet overtreden geacht, onder meer omdat het enkel ingeschreven staan als accountant in business niet onder het verbod valt. Accon had daardoor geen rechtsgeldige grond om betaling van de laatste termijn van €150.000 op te schorten.
Daarnaast werd geoordeeld dat het conservatoir beslag dat Accon op 3 december 2010 had gelegd onrechtmatig was, omdat de dagvaarding niet tijdig bij de rechtbank was ingediend en het beslag als pressiemiddel was ingezet. De schade wegens onnodig beslag, begroot op €28.838,61, moet nader worden onderbouwd door [eiser] c.s. De rechtbank hield verdere beslissing aan om aanvullende stukken en bewijs te kunnen overleggen.
Uitkomst: Accon moet €150.000 betalen; vorderingen wegens overtreding relatiebeding en schadevergoeding wegens beslag worden afgewezen of aangehouden.