ECLI:NL:RBARN:2012:BV7039
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekverlening en betekening aan Roemeense vennootschappen volgens EG-Betekeningsverordening
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of verstek terecht is verleend tegen vijf Roemeense vennootschappen wegens onduidelijkheid over de tijdigheid van betekening van de dagvaarding in Roemenië. De rechtbank heeft vastgesteld dat ondanks de aktewisseling na het tussenvonnis niet kan worden vastgesteld of de dagvaarding zodanig tijdig is betekend dat de vennootschappen gelegenheid hadden om verweer te voeren, zoals vereist is op grond van artikel 115 Rv Pro en de EG-Betekeningsverordening.
SGM, eiseres in conventie, betoogt dat de betekening tijdig is geschied en dat verstek te allen tijde kan worden gezuiverd, maar de rechtbank wijst erop dat het aan SGM is om de juiste betekening te waarborgen en niet aan de gedaagden om zelf actie te ondernemen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het hof Arnhem waarin een dagvaarding niet nietig werd verklaard ondanks een te korte termijn tussen betekening en eerste roldatum, mits de mogelijkheid bestaat om partijen opnieuw op te roepen.
De rechtbank besluit de zaak naar de parkeerrol te verwijzen en SGM in de gelegenheid te stellen de vennootschappen opnieuw op te roepen met inachtneming van de EG-Betekeningsverordening, zodat zij alsnog verweer kunnen voeren. De inhoudelijke behandeling wordt voorlopig niet voortgezet en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt SGM in de gelegenheid de Roemeense vennootschappen opnieuw op te roepen conform de EG-Betekeningsverordening.