ECLI:NL:RBARN:2012:BV6588
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten wegens gebrek aan bewijs
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk voorhanden hebben van meer dan 10 miljoen onveraccijnsde sigaretten in een loods te Huissen. De officier van justitie stelde dat verdachte, als directeur van het bedrijf dat de loods verhuurde, beschikkingsmacht had en wetenschap over de sigaretten. Bewijs bestond uit verklaringen van een getuige en medeverdachte, en bevindingen van de FIOD-ECD.
De getuige kwam echter bij de rechter-commissaris terug op zijn eerdere verklaring, waarin hij onder druk had verklaard dat verdachte op de hoogte was. De rechtbank kon deze verklaring niet als bewijs gebruiken omdat de getuige niet ter terechtzitting was gehoord. Medeverdachte verklaarde slechts te vermoeden dat er sigaretten in de kisten zaten. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte wetenschap had van de onveraccijnsde sigaretten.
De rechtbank besloot verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde feit. Wel werd vastgesteld dat het feit van het bezit van onveraccijnsde sigaretten was gepleegd en werden de sigaretten en de kisten onttrokken aan het verkeer. De rechtbank zag af van aanhouding van de zaak vanwege de beperkte rol van verdachte en het tijdsverloop sinds de feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap over onveraccijnsde sigaretten.