ECLI:NL:RBARN:2012:BV3739
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vergoeding na opzegging overeenkomst van opdracht wegens klacht seksuele intimidatie
Daviga Holding BV had een overeenkomst van opdracht met WNO Bedrijven waarbij de heer [betrokkene 1] als interim-manager werkzaamheden verrichtte van november 2007 tot september 2010. Op 30 september 2010 werd [betrokkene 1] geschorst vanwege een klacht over seksuele intimidatie, waarna hij geen werkzaamheden meer verrichtte. Daviga vorderde betaling van de vergoeding over oktober en november 2010.
WNO stelde dat de civiele rechter onbevoegd was en dat de opzegging per 30 september 2010 plaatsvond op grond van een slechte evaluatie, wat werd betwist door Daviga. De rechtbank oordeelde dat de civiele rechter wel bevoegd is omdat het geschil over de civielrechtelijke gevolgen van de opzegging gaat en dat de opzegging door WNO per 31 oktober 2010 plaatsvond.
Verder stelde WNO dat zij geen vergoeding verschuldigd was wegens schuldeisersverzuim, omdat [betrokkene 1] niet meer werkte na 30 september 2010. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat Daviga recht heeft op vergoeding over de opzegtermijn van 11 tot 31 oktober 2010. De gevorderde vergoeding over november 2010 werd afgewezen omdat de overeenkomst toen al was geëindigd.
De rechtbank veroordeelde WNO tot betaling van €12.185,60 inclusief BTW, plus wettelijke rente vanaf 5 mei 2011, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: WNO is veroordeeld tot betaling van vergoeding over oktober 2010 en kosten wegens opzegging van de overeenkomst van opdracht.