ECLI:NL:RBARN:2012:BV2951
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing executoriale verkoop van gepretendeerde vorderingen
Eiser was directeur van Promocean en werd door Promocean aangesproken voor schadevergoeding wegens vermeende onregelmatigheden tijdens zijn directeurschap. Promocean verkreeg een provisioneel vonnis tot betaling van ruim €1.000.000, waarop zij executoriaal beslag legde op diverse goederen van eiser, waaronder gepretendeerde vorderingen die eiser op Promocean had.
Eiser vorderde in kort geding de schorsing van de executoriale verkoop van deze vorderingen omdat hij meende dat deze executie onredelijk en onevenredig zijn belangen schaadde. Hij stelde dat de executie de vorderingen uit zijn vermogen zou doen verdwijnen, waardoor hij deze niet meer in de hoofdzaak kon inbrengen, en dat de opbrengst waarschijnlijk gering zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat executoriaal beslag en verkoop van gepretendeerde vorderingen toegestaan is op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 474bb Rv als vangnetregeling. Promocean had een gerechtvaardigd belang bij executie vanwege het uitblijven van vrijwillige betaling en het onvoldoende opleveren van andere beslagen.
De rechtbank vond geen sprake van misbruik van executiebevoegdheid. Het inherent karakter van executoriale verkoop brengt mee dat de vorderingen overgaan naar de koper en dat de opbrengst onzeker is. Mocht het provisioneel vonnis in hoger beroep worden vernietigd, dan kan eiser schadevergoeding eisen op grond van onrechtmatige daad. De vordering tot schorsing werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schorsing van de executoriale verkoop af en veroordeelt eiser in de proceskosten.