ECLI:NL:RBARN:2011:BV2971
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vakantietoeslag na einde dienstverband en toepasselijkheid cao
De werknemer was sinds 1990 in dienst bij de werkgever en werkte als technisch directeur met een bruto maandsalaris van €6.200 exclusief emolumenten. De arbeidsovereenkomst van 2004 bevatte geen regeling omtrent vakantietoeslag, wel een eindejaarsuitkering. De werknemer stelde dat hij vanaf 2004 geen vakantietoeslag ontving, terwijl hij daar volgens cao en wet recht op had. Werkgever verweerde zich onder meer met een beroep op verjaring en het standpunt dat vakantietoeslag was verrekend met de eindejaarsuitkering.
De kantonrechter oordeelde dat de cao die gold tot 1 juli 2004 geen nawerking heeft zonder een incorporatiebeding en dat de nieuwe cao vanaf 1 juli 2009 wel toegepast moet worden door werkgever, maar alleen de vakvereniging nakoming kan vorderen. De werknemer kan hier zelf geen rechten aan ontlenen. De wettelijke regeling (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag) bepaalt dat vakantietoeslag berekend moet worden over maximaal driemaal het minimumloon. Werkgever kon niet aantonen dat schriftelijk was overeengekomen dat vakantietoeslag werd vervangen door de eindejaarsuitkering.
De vordering tot betaling van vakantietoeslag over opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen en de achterstallige vakantietoeslag over de periode van 29 december 2005 tot 1 december 2010 werd toegewezen. De vordering over de periode daarvoor was verjaard. Werknemer kreeg gelegenheid een berekening in te dienen. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van een wettelijke verhoging van 20% over de achterstallige vakantietoeslag wegens niet tijdige betaling. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Werkgever moet vakantietoeslag betalen over de periode vanaf 29 december 2005 tot 1 december 2010, met wettelijke verhoging van 20%.