ECLI:NL:RBARN:2011:BV1590
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid borgtocht en pandrecht wegens strijd met artikel 2:207c BW en vrijwaringsverplichting Alfa
De rechtbank Arnhem heeft in deze civiele procedure geoordeeld dat de door de gedaagde in conventie en Vewa Beheer gebruikte constructie in strijd is met artikel 2:207c BW. De zekerheidstelling betrof niet een lening van de gedaagde aan Vewa Beheer, maar de verwerving van aandelen, wat volgens de rechtbank niet is toegestaan. Dit oordeel werd bevestigd in het tussenvonnis van 1 juni 2011 en overgenomen in de vrijwaringszaak.
De curator vorderde dat Alfa, als adviseur bij de aandelenverkoop, wordt veroordeeld tot betaling van de schade die voortvloeit uit het onrechtmatig tot stand komen van de borgtocht en pandrechten. Alfa voerde verweer op grond van haar algemene voorwaarden en stelde dat de gedaagde niet tijdig reclame had gemaakt. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de gedaagde de algemene voorwaarden had aanvaard en tijdig contact had gezocht met Alfa.
De rechtbank oordeelde dat Alfa toerekenbaar tekortgeschoten is in haar advisering en daardoor aansprakelijk is voor de schade die de gedaagde lijdt door de nietige constructie. Alfa werd veroordeeld tot vrijwaring van de curator voor de aan de gedaagde opgelegde veroordelingen, inclusief proceskosten. Tevens werden de vorderingen tegen Vewa Beheer toegewezen en de reconventionele vorderingen van de gedaagde afgewezen.
De uitspraak bevat gedetailleerde veroordelingen tot betaling van geldbedragen, proceskosten, en dwangsommen voor het niet tijdig afleggen van rekeningen en verantwoording door de gedaagde. De rechtbank liet de uitvoerbaarheid bij voorraad achterwege na belangenafweging. Het vonnis werd gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en op 14 december 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de borgtocht en pandrechten nietig en veroordeelt Alfa tot vrijwaring van de curator voor de daaruit voortvloeiende schade.