ECLI:NL:RBARN:2011:BV1566
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vorderingen inzake hypotheekrecht en geldlening tussen familieleden
Eiser en gedaagde, familieleden en voormalige mede-eigenaren van een woning, zijn in geschil over een hypotheekrecht en een geldlening van € 50.000,- die voortvloeien uit een akte van verdeling en hypotheekstelling. Eiser vordert onder meer dat gedaagde wordt verboden gebruik te maken van haar hypotheekbevoegdheden en het incasseren van rente, en dat zij wordt veroordeeld tot betaling van bedragen uit een bouwdepot en gebruikskosten.
De rechtbank stelt vast dat partijen afstand hebben gedaan van het recht op vernietiging wegens dwaling omtrent de waarde van het registergoed en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik van omstandigheden bij het sluiten van de overeenkomsten. Ook is er geen spoedeisend belang bij het verbod op het gebruik van hypotheekbevoegdheden, omdat gedaagde verklaarde voorlopig geen gebruik te zullen maken van deze bevoegdheden.
De vorderingen tot verbod op incasso van rente, betaling van het bouwdepotdeel en gebruikskosten worden afgewezen omdat het bestaan en de omvang van deze vorderingen niet in hoge mate aannemelijk zijn en het spoedeisend belang ontbreekt. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van dwaling of misbruik.