ECLI:NL:RBARN:2011:BU7410
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelwijze toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige persuitlatingen door voormalig cliënt
In deze civiele procedure vordert een advocaat schadevergoeding van zijn voormalig cliënt wegens onrechtmatige uitlatingen aan de pers over een beroepsfout en de daaruit voortvloeiende schade. De cliënt had beslag gelegd op de bezittingen van de advocaat en hierover publiekelijk berichten verspreid, waaronder onjuiste suggesties dat de advocaat niet op een zitting was verschenen.
De rechtbank oordeelt dat slechts één uitlating onrechtmatig was, namelijk de suggestie dat de advocaat niet was komen opdagen, omdat het oproepingsexploot niet aan de advocaat was toegestuurd. De overige uitlatingen, waaronder het bedrag van het beslag en het verband tussen de beroepsfout en de schade, waren feitelijk juist of niet onrechtmatig. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 5.000 toe.
Verder vordert de advocaat een dwangsom wegens het te laat opheffen van beslagen. De rechtbank stelt vast dat de beslagen tijdig zijn opgeheven, nadat de originele bankgarantie was ontvangen, en wijst deze vordering af. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en op 23 november 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst een immateriële schadevergoeding van € 5.000 toe wegens onrechtmatige persuitlatingen en wijst de vordering tot betaling van dwangsom af.