ECLI:NL:RBARN:2011:BU6752
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitgangspunt psychiatrische expertise bij schaderegeling whiplashletsel
Op 20 december 1999 vond een verkeersongeval plaats waarbij verzoekster letselschade opliep. Partijen hebben gezamenlijk een psychiatrische expert, prof. dr. H.J.C. van Marle, ingeschakeld die een rapport uitbracht waarin een aanpassingsstoornis als gevolg van het postwhiplashsyndroom werd vastgesteld. De verzekeraar RVS betwist de causaliteit en stelt dat het postwhiplashsyndroom geen neurologische aandoening is en dat de klachten niet direct aan het ongeval kunnen worden toegeschreven.
Er ontstond een discussie tussen de psychiatrische expert Van Marle en de medisch adviseur neuroloog Prince over de aard van het postwhiplashsyndroom en de causaliteit van de klachten. Van Marle handhaaft dat er een directe relatie is tussen het ongeval, de lichamelijke klachten en de psychiatrische stoornis, terwijl Prince dit betwist op basis van richtlijnen en medische literatuur.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar een redelijk belang heeft bij een neurologische expertise en wijst het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht toe. Hierdoor kan niet op voorhand worden vastgesteld dat de schaderegeling uitsluitend op basis van de psychiatrische rapporten van Van Marle dient plaats te vinden. Het verzoek van verzoekster wordt afgewezen en de kosten worden begroot en toegewezen.
De procedure omvatte uitgebreide schriftelijke stukken, meerdere rapportages en een mondelinge behandeling. De rechtbank stelt een redelijk uurtarief vast en begroot de kosten op € 8.206,75, die door RVS moeten worden betaald.
Uitkomst: Het verzoek om de psychiatrische expertise als uitgangspunt te nemen bij schaderegeling wordt afgewezen en het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht door een neuroloog toegewezen.