Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBARN:2011:BU4789

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
17 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/2811
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:38 Wet IB 2001Art. 6:32 Wet IB 2001Art. 6:34 Wet IB 2001Artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-kwalificatie van achteraf opgestelde notariële akte als periodieke gift voor belastingaftrek

Eiser stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008 waarbij een gift aan de Protestantse Kerk Nederland (PKN) niet werd erkend als periodieke gift, maar als gewone gift. Eiser had in zijn aangifte een bedrag van €5.640 als periodieke gift opgevoerd, maar verweerder accepteerde dit niet. Tijdens het beroep overhandigde eiser een notariële akte van 8 juli 2011, waarin de gift en toekomstige jaarlijkse giften waren vastgelegd.

De rechtbank overwoog dat volgens artikel 6.38 Wet IB 2001 een periodieke gift moet berusten op een bij notariële akte aangegane verplichting die ten minste vijf jaar jaarlijks wordt voldaan. Omdat de akte pas na het belastingjaar werd opgemaakt, was er op het moment van de gift in 2008 geen geldige notariële verplichting. De rechtbank verwierp het argument van eiser dat de akte achteraf om efficiëntie redenen kon worden opgesteld.

Daarmee concludeerde de rechtbank dat de gift niet als periodieke gift kan worden aangemerkt en dus niet in aanmerking komt voor de specifieke belastingaftrek. Ook het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard omdat daartegen geen afzonderlijke gronden waren aangevoerd. Het beroep werd in zijn geheel ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de achteraf opgestelde notariële akte niet voldoet aan de voorwaarden voor aftrek van een periodieke gift.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
registratienummer: AWB 11/2811
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 17 november 2011
inzake
[X], wonende te [Z], eiser,
tegen
de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren, kantoor Almere, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2008 een aanslag (aanslagnummer [000].H86) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.139. Tevens is bij beschikking € 69 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juni 2011 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen bij brief van 19 juli 2011, ontvangen door de rechtbank op 20 juli 2011, beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2011 te Arnhem.
Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde [gemachtigde]. Namens verweerder zijn verschenen [gemachtigde] en [A].
Eiser heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.
2. Feiten
Eiser heeft op 19 maart 2009 aangifte IB/PVV 2008 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.058. In deze aangifte heeft eiser een gift van € 5.640 aan de Protestantse kerk Nederland (PKN) aangemerkt als aftrekbare periodieke gift.
Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder, onder meer, deze periodieke gift niet geaccepteerd maar aangemerkt als overige gift. Als gevolg van de correcties is het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 23.139.
Eiser heeft in bezwaar aangevoerd dat hij van mening is dat de gift aan PKN wel aangemerkt moet worden als periodieke gift. De overige correcties worden door eiser niet bestreden.
Verweerder heeft in bezwaar het belastbare inkomen uit werk en woning gehandhaafd op € 23.139.
Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. In beroep heeft eiser een notariële akte overgelegd opgemaakt door notaris mr. [B]. Deze akte dateert van 8 juli 2011. Blijkens deze akte heeft eiser in 2008 en 2009 € 5.640 geschonken aan PKN. In de jaren 2010 tot en met 2017 zal eiser jaarlijks € 5.820 aan PKN schenken.
3. Geschil
In geschil is of eiser zijn gift aan de PKN in aftrek kan brengen als periodieke gift.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.
4. Beoordeling van het geschil
Ten aanzien van de vraag of de gift van eiser terecht niet is aangemerkt als periodieke gift overweegt de rechtbank als volgt.
In artikel 6.32, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (wettekst 2008) (hierna: Wet IB 2001) is opgenomen dat aftrekbare giften zijn:
a. periodieke giften;
b. andere giften.
Vervolgens is in artikel 6.34 van de Wet IB 2001 opgenomen dat periodieke giften, giften zijn aan instellingen of verenigingen, in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden.
In artikel 6.38 van de Wet IB 2001 is hieraan toegevoegd dat periodieke giften in aanmerking worden genomen indien zij berusten op een bij notariële akte van schenking aangegane verplichting om de uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks uit te keren.
In casu heeft eiser de notariële akte van schenking eerst hangende de beroepsfase laten opstellen. De rechtbank is van oordeel dat als gevolg hiervan niet voldaan is aan de voorwaarde uit artikel 6.38 van de Wet IB 2001. Als gevolg van het feit dat op het moment van het doen van de gift in 2008 er nog geen notariële akte was, is immers geen sprake van een gift die berust op een bij notariële akte van schenking aangegane verplichting. De stelling van eiser dat de notariële akte van schenking enkel noodzakelijk is uit efficiency overwegingen en derhalve ook achteraf kan worden opgesteld, kan door de rechtbank dan ook niet worden gevolgd. Het belang van de notariële akte van schenking is er in gelegen dat daarmee komt vast te staan dat een verplichting is aangegaan met betrekking tot de schenking. Deze verplichting ligt besloten in de notariële akte van schenking en zou zonder deze akte niet bestaan.
De duidelijke tekst van artikel 6.38 van de Wet IB 2001 staat derhalve de door eiser bepleite terugwerkende kracht van de notariële akte van 8 juli 2011 in de weg.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de gedane gift niet kan worden aangemerkt als een periodieke gift, doch als een gewone gift.
Nu eiser geen afzonderlijke beroepsgronden tegen de in rekening gebrachte heffingsrente heeft aangevoerd, dient het beroep inzake de beschikking heffingsrente ongegrond te worden verklaard.
Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.F. Geerling, rechter, in tegenwoordigheid van mr.drs. J.A. Vriezen, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op: 17 november 2011
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.