ECLI:NL:RBARN:2011:BT8392
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Post
- S.W. van Osch - Leysma
- W.R.H. Lutjes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering passages uit persoonlijk dossier op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
Eiser verzocht op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om verwijdering van bepaalde passages uit zijn persoonlijke dossier, omdat deze onjuist, niet relevant of zonder toestemming waren vastgelegd. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat de passages feitelijk juist zijn en relevant voor het beeld van het persoonlijk en sociaal functioneren van eiser.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. Verweerder handhaafde zijn besluiten. De rechtbank oordeelt dat de passages sociale gegevens betreffen die relevant zijn voor het dossier en dat eiser onvoldoende concreet heeft gesteld welke passages onjuist zijn. Daarom is verwijdering niet verplicht.
Ten aanzien van het niet tijdig beslissen op het verzoek stelt de rechtbank vast dat verweerder terecht geen dwangsom is verschuldigd, omdat de beslissing binnen de hersteltermijn is genomen. Het beroep tegen dit besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd. Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verwijdering wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verwijderingsverzoek ongegrond; beroep tegen besluit geen dwangsom gegrond en vernietigd.