ECLI:NL:RBARN:2011:BT6825
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres in de gemeente Ede. Verweerder stelde dat zij in de periode van 1 juli 2009 tot 17 mei 2010 niet feitelijk op dat adres woonde en trok de bijstand over die periode in. Tevens werd de ten onrechte betaalde bijstand teruggevorderd en een maatregel opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens van NUON, Vitens en de Sociale Verzekeringsbank niet zonder meer bewijs leverden dat eiseres niet op het adres woonde. Wel waren de waarnemingen van de wijkagent, ondersteund door verklaringen van buurtbewoners, politiegegevens en bankafschriften, voldoende concreet om te concluderen dat eiseres in de genoemde periodes niet feitelijk woonachtig was op het adres. In de periode van 14 tot 28 januari 2010 was zij echter wel aanwezig.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit voor de periode 14 tot 28 januari 2010 wegens gebrek aan motivering en oordeelde dat het terugvorderingsbedrag te hoog was vastgesteld omdat deze periode ten onrechte was meegerekend. De maatregel van 70% verlaging van bijstand gedurende één maand bleef in stand. Verweerder kreeg de gelegenheid het terugvorderingsbedrag opnieuw te berekenen binnen drie weken.
Uitkomst: Het intrekkings- en terugvorderingsbesluit wordt deels vernietigd en het terugvorderingsbedrag moet worden herberekend, de maatregel blijft in stand.