ECLI:NL:RBARN:2011:BR7053
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A. Holland
- G.M.L. Tomassen
- M.J.A. Castelijn
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen milieudelict zonder vergunning
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan en verwerken van afvalstoffen en het storten van afvalstoffen in oppervlaktewater. De officier van justitie eiste een geldboete wegens deze milieudelictfeiten.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen normadressaat was van de vergunningplicht en dat er geen sprake was van medeplegen omdat verdachte geen zeggenschap had binnen het bedrijf dat de inrichting dreef. Verdachte had slechts een beperkte rol als vervoerder en had geen nauwe en bewuste samenwerking met de feitelijke leidinggever.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hij samen met anderen de inrichting zonder vergunning in werking had gehad. Er was onvoldoende bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking die vereist is voor medeplegen. Ook was de tenlastelegging voldoende concreet en niet nietig.
Op basis van het ontbreken van bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt en dat het bewijs onvoldoende was om hem te veroordelen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen milieudelict zonder vergunning.