ECLI:NL:RBARN:2011:BR7005
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en verrekening van koopsom kapsalon en schulden
In deze civiele procedure staat de bewijswaardering centraal omtrent de koopsom van een kapsalon en de verrekening van openstaande schulden uit 2007. Eisers vorderen betaling van een bedrag van € 8.300,- vermeerderd met rente, terwijl gedaagde in reconventie een vordering van € 24.086,67 instelt, waarvan € 6.000,- wordt toegewezen.
De rechtbank beoordeelt diverse bewijsopdrachten, waaronder de hoogte van de koopsom, afspraken over verrekening van schulden en betalingen door partijen. Partijgetuigenverklaringen worden kritisch gewogen, waarbij beperkingen van artikel 164 lid 2 Rv Pro worden toegepast. De stelling dat de koopsom € 17.300,- bedroeg en dat een bedrag van € 4.500,- in natura is verrekend, wordt niet bewezen verklaard.
Verder wordt geoordeeld dat de vordering tot verrekening van schulden door gedaagde faalt, maar dat een deel van de door hem gestelde betalingen aan de VOF bewezen is, zodat een reconventionele vordering tot betaling van € 6.000,- wordt toegewezen met wettelijke rente vanaf 7 juli 2010.
De vordering tegen een andere gedaagde wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid. Proceskosten worden deels gecompenseerd en deels toegewezen aan eisers tegen de niet-verschijnende gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst deels vorderingen toe en wijst deels af, met toewijzing van € 8.300,- aan eisers en € 6.000,- aan gedaagde.