ECLI:NL:RBARN:2011:BR6779
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over ruil van percelen grond en huurovereenkomst bij verbouwing monumentaal pand
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en [gedaagden] over de ruil van percelen grond en de huurovereenkomst in het kader van een verbouwing van een monumentaal pand. [eiser] vordert nakoming van een vermeende rompovereenkomst tot ruil van percelen en het opstellen van een nieuwe huurovereenkomst met een langere looptijd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen niet over alle essentiële punten overeenstemming hebben bereikt, waardoor geen rompovereenkomst tot stand is gekomen. Wel rust op partijen de plicht om door te onderhandelen, gelet op het gerechtvaardigd vertrouwen van [eiser] en de lange onderhandelingsgeschiedenis.
Daarnaast wordt geoordeeld dat [gedaagden] binnen zeven dagen een nieuwe huurovereenkomst moeten opstellen en ondertekenen, met een looptijd van vijf jaar en verlengingsmogelijkheden. De vorderingen tot nakoming van de ruil en dooronderhandelen worden deels afgewezen en deels toegewezen, terwijl de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Geen rompovereenkomst, maar plicht tot dooronderhandelen en verplichting tot nieuwe huurovereenkomst met verlengingsmogelijkheden.