ECLI:NL:RBARN:2011:BR6654
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- R.M. Maanicus
- J.P.M. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij vermeende schending staats- en beroepsgeheim MIVD
Verdachte, werkzaam bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), werd beschuldigd van het opzettelijk verstrekken van staats- en beroepsgeheime informatie aan een advocaat die twee MIVD-medewerkers vertegenwoordigde in een procedure. Het betrof het noemen van namen van MIVD-medewerkers en hun afdelingen tijdens een gesprek.
De officier van justitie stelde dat verdachte te lichtvaardig met vertrouwelijke informatie was omgegaan, terwijl de verdediging betoogde dat de genoemde namen en functies al bekend waren bij de advocaat en dat geen sprake was van het verstrekken van nieuwe geheime informatie. Tevens werd betwist dat er sprake was van een telefoontap in een MIVD-onderzoek.
De militaire kamer oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte opzettelijk staatsgeheime inlichtingen had verstrekt. Het informatie- en kennisniveau van de advocaat was gelijk aan dat van verdachte en de MIVD was hiervan op de hoogte. Ook was onvoldoende duidelijkheid over het bestaan van een telefoontap in een MIVD-onderzoek.
Daarom sprak de militaire kamer verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde feit van het schenden van staats- en beroepsgeheimen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk verstrekken van staats- en beroepsgeheime informatie.