ECLI:NL:RBARN:2011:BR6477
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C. Quak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra immateriële schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis
Verzoekster was van 26 september tot 22 oktober 2008 in verzekering gesteld en voorlopige hechtenis ondergaan. Na vrijspraak door de politierechter op 18 maart 2011 verzocht zij om een vergoeding van € 2.155 voor de detentiedagen en een extra immateriële schadevergoeding van € 538,75 wegens de impact op haar goede naam en lichamelijke klachten.
De rechtbank Arnhem hanteerde de gebruikelijke forfaitaire vergoeding van € 80 per dag in een Huis van Bewaring en € 105 per dag op het politiebureau, wat resulteerde in een totaal van € 2.155. De rechtbank oordeelde dat deze forfaitaire vergoeding zowel materiële als immateriële schade dekt, inclusief de impact van de verdenking en detentie.
Verzoekster kon geen concrete onderbouwing geven van de lichamelijke klachten noch van een causaal verband met de detentie. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die een hogere vergoeding zou rechtvaardigen en wees het verzoek tot extra immateriële schadevergoeding af.
De rechtbank gelastte uitbetaling van de forfaitaire vergoeding uit de rijkskas en wees het overige verzoek af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.C. Quak in aanwezigheid van de griffier R. van Dijk op 2 september 2011.
Uitkomst: Verzoek tot extra immateriële schadevergoeding wordt afgewezen; forfaitaire vergoeding van € 2.155 wordt toegekend.