ECLI:NL:RBARN:2011:BR5834
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing arbeidsovereenkomst tussen verkoper en winkelhouder wegens ontbreken gezagsverhouding
Eiser stelde dat tussen hem en de winkelhouder een arbeidsovereenkomst bestond, waarbij hij gedurende juli 2008 tot april 2010 werkzaamheden verrichtte en loon ontving. Hij baseerde dit op getuigenverklaringen, bankafschriften en kwitanties. Gedaagde betwistte dit en stelde dat sprake was van een huurovereenkomst en dat eiser zelfstandig handel dreef vanuit een deel van de winkel.
De kantonrechter onderzocht of voldaan was aan de vereisten van artikel 7:610 BW Pro: arbeid, loon, gedurende zekere tijd en een gezagsverhouding. Hoewel eiser werkzaamheden verrichtte en een eenmalige betaling met de vermelding 'salaris' ontving, ontbrak het aan bewijs van een duurzame loonbetaling en een gezagsverhouding. De aanwezigheid van stickers op goederen van eiser duidde op zelfstandige verkoop.
Het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW werd niet aangenomen omdat niet was komen vast te staan dat eiser wekelijks of gedurende twintig uur per maand arbeid verrichtte gedurende drie opeenvolgende maanden. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.