ECLI:NL:RBARN:2011:BR0239
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting verjaring en opeisbaarheid doorlopend krediet gemeente Arnhem
De gemeente Arnhem verstrekte in 2000 een doorlopend krediet aan gedaagde. Gedaagde betaalde slechts enkele termijnen af, waarna de gemeente meerdere malen schriftelijk sommeerde tot betaling. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat de vordering volledig verjaard was vanwege het ontbreken van een duidelijke opeising van het gehele krediet.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tot een bedrag van fl. 4.800,00 (ongeveer € 2.178,15) verjaard is, omdat de gemeente dit bedrag reeds in 2001 opeiste en de verjaringstermijn van vijf jaar ongestuit verliep. Voor het overige deel van de vordering was sprake van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd, waarbij de verjaring pas aanving na een duidelijke mededeling tot opeising in 2007.
De rechtbank verwierp het verweer dat de gehele vordering verjaard was en ook het verweer dat de vordering nog niet opeisbaar was. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van € 11.203,23 vermeerderd met contractuele rente vanaf 25 juni 2010, en gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 11.203,23 met rente en proceskosten, met gedeeltelijke verjaring van de vordering.