ECLI:NL:RBARN:2011:BR0103
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling koopprijs onderhanden werk in activatransactie tussen Dodewaard Shipyard en Shipcon
Aquatrans, als cessionaris van Dodewaard Shipyard, vordert betaling van het nog openstaande deel van de koopsom voor het onderhanden werk ter waarde van €163.997,75 van Shipcon. Shipcon stelt dat niet zij, maar Y B.V. de koper is van het onderhanden werk en de voorraden.
De rechtbank onderzoekt de contractuele afspraken en de feitelijke gedragingen van partijen, waarbij wordt gekeken naar de uitleg van de overeenkomst en de maatschappelijke en juridische context van de partijen. Uit de stukken blijkt dat op 15 april 2010 een activatransactie is overeengekomen waarbij voorraden en onderhanden werk werden verkocht voor €500.000. De overdracht van het onderhanden werk is vastgelegd in contracten die op naam van Shipcon i.o. zijn gesteld, en Shipcon heeft na oprichting betalingen verricht die als bekrachtiging van de overeenkomst worden gezien.
De rechtbank oordeelt dat Shipcon als koper van het onderhanden werk moet worden beschouwd en dat zij gehouden is het resterende bedrag te voldoen. Het subsidiaire verweer van Shipcon dat betalingen eerst aan andere schulden moeten worden toegerekend, wordt verworpen. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten toegewezen. Shipcon wordt veroordeeld tot betaling van €166.839,75, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Shipcon wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van de koopsom van €166.839,75, vermeerderd met rente en kosten.