ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9408
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens schorsing dekking caravanverzekering door niet-tijdige premiebetaling
Eiser heeft bij Ohra een caravanverzekering afgesloten en vordert vergoeding van schade door diefstal van zijn caravan begin september 2009. Ohra weigert uit te keren omdat de premie van juli 2009 niet tijdig was betaald, waardoor de dekking was geschorst. Eiser stelt dat hij de brief met een betalingstermijn van acht dagen niet heeft ontvangen en dat deze termijn in strijd is met het dwingendrechtelijke artikel 7:934 BW Pro, dat een termijn van veertien dagen voorschrijft.
De rechtbank stelt vast dat Ohra tijdig en correct heeft aangemaand met een aanmaningsbrief van 23 juli 2009 waarin een termijn van veertien dagen is gesteld en de schorsing van de dekking is aangekondigd. De ontvangst en inhoud van deze brief zijn niet betwist. De brief van 27 augustus 2009 met een kortere termijn is niet relevant omdat de wettelijke termijn al was gesteld in de eerdere aanmaning. Omdat eiser niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, was de dekking ten tijde van de diefstal geschorst.
Het beroep van eiser op een onredelijk bezwarend beding wordt verworpen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht het verweer van Ohra terecht en verdedigbaar gezien het betalingsverleden en de automatische incassoprocedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de dekking van de caravanverzekering ten tijde van de diefstal was geschorst wegens niet-tijdige premiebetaling.