ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9276
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Horsthuis
- L. van Gijn
- A.G.A. Nijmeijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vergoeding excessieve kosten archeologische opgraving De Pannerd
De gemeente Rijnwaarden heeft een aanvraag ingediend voor een specifieke uitkering ter vergoeding van excessieve kosten van een archeologische opgraving bij het project De Pannerd in Pannerden. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap afgewezen omdat niet is gebleken dat aan de verleende bouwvergunningen een verplichting tot het doen van opgravingen was verbonden zoals bedoeld in artikel 34a van de Monumentenwet 1988.
De gemeente stelde dat de verplichting wel voortvloeide uit het vrijstellingsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan, en dat artikel 10 van Pro het Besluit archeologische monumentenzorg geen grond voor weigering vormde. De rechtbank oordeelde echter dat de verplichting niet voldoende uit deze documenten blijkt en dat de staatssecretaris daarom niet bevoegd was om de aanvraag toe te wijzen.
Verder werd overwogen dat de aanvraag na de inwerkingtreding van artikel 34a van de Monumentenwet 1988 was ingediend, dat dit artikel geen overgangsrecht kent en dat er geen strijd is met het legaliteitsbeginsel, het vertrouwensbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel. De vertraagde inwerkingtreding van artikel 34a bood uitvoeringspraktijk de mogelijkheid om te anticiperen op de nieuwe wetgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot vergoeding van excessieve archeologische opgravingskosten wordt ongegrond verklaard.