ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7265
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bewijs leningsovereenkomst tussen Grafzorg en gedaagden
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin Grafzorg Nederland B.V. stelde leningen te hebben verstrekt aan twee gedaagden ter hoogte van €225.500. Grafzorg moest dit bewijzen en riep diverse getuigen op, waaronder haar directeur en familieleden van de gedaagden.
De rechtbank overwoog dat de verklaring van de directeur als partijgetuige slechts aanvullend bewijs kan opleveren indien andere bewijzen onvolledig zijn. De overige getuigenverklaringen waren grotendeels gebaseerd op horen zeggen en boden onvoldoende bewijs voor de leningsovereenkomst tussen Grafzorg en de gedaagden.
De verklaringen van de gedaagden zelf wezen erop dat het geldleningen waren tussen familieleden en niet met Grafzorg. De rechtbank hechtte meer waarde aan deze verklaringen en concludeerde dat Grafzorg niet heeft bewezen dat zij de leningen aan de gedaagden heeft verstrekt.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen jegens één gedaagde af en veroordeelde de andere gedaagde tot betaling van het bedrag. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tegen één gedaagde toe tot betaling van €225.500 en wijst de vordering tegen de andere af.