ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7133
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken significante bijdrage aan openlijke geweldpleging
Op 25 oktober 2008 vond te Elst een incident plaats waarbij verdachte samen met een medeverdachte betrokken was bij een situatie die escaleerde in openlijke geweldpleging tegen twee personen. Verdachte werd vervolgd wegens het plegen van openlijk geweld, maar stelde dat hij slechts de-escalerend had opgetreden door een van de betrokkenen weg te duwen.
Tijdens de terechtzitting op 17 mei 2011 heeft de rechtbank de standpunten van partijen gehoord. De officier van justitie eiste een schuldigverklaring zonder strafoplegging, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte geen significante bijdrage had geleverd aan het geweld en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens willekeur.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen wezenlijke rol had gespeeld in het geweld, omdat hij slechts probeerde te de-escaleren door een persoon weg te duwen en daarna vertrok. Verdachte had geen kennis van de dreiging vooraf en kon niet worden verweten dat het geweld niet stopte. De vervolging was ontvankelijk omdat het Openbaar Ministerie het vervolgingsmonopolie heeft en eerdere beslissingen waren gewijzigd na een artikel 12-klacht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk. Dit vonnis werd uitgesproken op 31 mei 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van een significante bijdrage aan het openlijk plegen van geweld.