ECLI:NL:RBARN:2011:BQ6311
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- P.J. Wiegman
- C. van Linschoten
- C.M.E. Lagarde
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter wegens ontbreken grondslag
Tijdens een openbare terechtzitting van de rechtbank Arnhem op 12 mei 2011 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter. Het verzoek betrof een zaak over de website www.rechtinnederland.nl, waarbij verzoeker stelde dat de rechtbank geen oordeel kon geven omdat zij zelf partij zou zijn. Verzoeker vond dat het kort geding door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens behandeld moest worden.
De voorzieningenrechter heeft verweer gevoerd tegen het wrakingsverzoek. De rechtbank oordeelde dat het verzoek feitelijk niet tegen de behandelend voorzieningenrechter was gericht, maar tegen alle rechters in Nederland. Verzoeker had geen concrete feiten aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de voorzieningenrechter konden onderbouwen.
De wet biedt geen grondslag voor een wrakingsverzoek dat tegen alle rechters is gericht; wrakingsverzoeken kunnen alleen tegen de rechter die de zaak behandelt worden ingediend. Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en zag af van een mondelinge behandeling. Een verzoek om toekomstige wrakingsverzoeken niet in behandeling te nemen werd eveneens afgewezen omdat het huidige verzoek geen misbruik van het wrakingsinstrument vormde.
De beschikking werd op 20 mei 2011 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit P.J. Wiegman, C. van Linschoten en C.M.E. Lagarde. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek feitelijk tegen alle rechters in Nederland was gericht en de wet dit niet toestaat.