ECLI:NL:RBARN:2011:BQ5540
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens onjuiste voorlichting door advocaten bij opdrachtverlening
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] Advocaten wegens onjuiste en onvolledige informatie die hij heeft ontvangen bij het aangaan van overeenkomsten van opdracht voor procedures tegen de gemeente en Univé. Hij stelt dat hij bij juiste informatie gefinancierde rechtsbijstand zou hebben gekozen, wat financieel voordeliger was. Advocaten erkent niet te hebben voldaan aan artikel 24 van Pro de Gedragsregels, maar betwist dat dit leidt tot vernietiging van de overeenkomsten of schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het geschil niet over de hoogte van declaraties gaat, maar over de rechtsgrond voor declaratie en schadevergoeding. Op grond van artikel 6:228 BW Pro overweegt de rechtbank dat de bewijslast voor juiste voorlichting bij advocaten ligt, omdat zij geen schriftelijke bevestiging of gespreksnotities over de informatieplicht hebben geleverd.
De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de overeenkomsten toe als advocaten niet bewijzen dat zij eiser juist hebben geïnformeerd over gefinancierde rechtsbijstand en de mogelijke proceskosten. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering door advocaten, met een getuigenverhoor gepland. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank draagt advocaten op bewijs te leveren over juiste voorlichting en houdt verdere beslissing aan.