ECLI:NL:RBARN:2011:BQ5291
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Begroting letselschade na verkeersongeval met beoordeling arbeidsvermogen en huishoudelijke hulp
In deze zaak staat de begroting van letselschade na een verkeersongeval centraal, waarbij het verlies van arbeidsvermogen en de behoefte aan vervangende huishoudelijke hulp worden beoordeeld.
De rechtbank baseert zich op een arbeidsdeskundig rapport van mevrouw Artoos, die concludeert dat het slachtoffer ondanks haar beperkingen geschikt is om passende arbeid te verrichten, waaronder functies in de hulpverlening voor 24 uur per week. De fysieke beperkingen zijn gering en de mentale belasting is binnen haar mogelijkheden. Het slachtoffer heeft onvoldoende onderbouwd dat zij door het ongeval zodanig beperkt is dat zij niet had kunnen werken. De rechtbank wijst het beroep op eigen klachtenervaring af en stelt dat het deskundigenrapport betrouwbaar is.
Ten aanzien van de schade wegens verlies van verdienvermogen oordeelt de rechtbank dat HDI niet aansprakelijk is voor gemiste inkomsten, omdat het slachtoffer niet door het ongeval ongeschikt was voor arbeid en HDI geen initiatieven hoefde te nemen voor re-integratie. De rechtbank benadrukt dat het slachtoffer zelf al stappen had gezet richting arbeidsmarkt.
Wat betreft de kosten van vervangende huishoudelijke hulp heeft de arbeidsdeskundige met het instrument Githa en huisbezoeken een deugdelijke inschatting gemaakt van de benodigde uren, rekening houdend met de persoonlijke situatie en beperkingen. Kritiek hierop wordt verworpen. De rechtbank bepaalt dat de behoefte aan huishoudelijke hulp 3,4 uren per week bedroeg tot medio 2008 en 3,1 uren per week daarna.
De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over de verdere schadebegroting en eventuele reactie van partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering wegens verlies van verdienvermogen af en stelt de behoefte aan vervangende huishoudelijke hulp vast.