ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3563
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ingangsdatum Wajong-uitkering en overgangsrecht na wetswijziging
Eiser heeft op 2 maart 2010 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. De rechtbank stelt vast dat op grond van het overgangsrecht in artikel 3:6 van Pro de Wet Wajong geen recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de aanvraag na 1 januari 2010 is ingediend. Eiser betoogt dat het recht op uitkering van rechtswege is ontstaan op zijn 18e verjaardag, maar dit wordt verworpen omdat de uitkering op aanvraag wordt toegekend.
De verzekeringsarts concludeerde dat eiser niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, maar de rechtbank vindt dat de motivering onvoldoende is onderbouwd. Daarom wordt het onderzoek heropend en het UWV in de gelegenheid gesteld binnen vier weken de arbeidsongeschiktheid nader te onderbouwen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het recht op inkomensondersteuning pas ontstaat vanaf het moment dat recht op arbeidsondersteuning bestaat, conform artikel 2:15 en Pro 2:39 van de Wet Wajong. De stelling van eiser dat dit eerder zou zijn, wordt verworpen. Ook is geen sprake van inbreuk op het eigendomsrecht omdat eiser pas na de wetswijziging een aanvraag heeft ingediend.
De rechtbank wijst op artikel 8:51a Awb en geeft het UWV de mogelijkheid het besluit te herstellen. Indien het UWV hier geen gebruik van maakt, zal de rechtbank zonder nadere zitting een einduitspraak doen. De uitspraak is een tussenuitspraak en het hoger beroep kan alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid om binnen vier weken de arbeidsongeschiktheid van eiser nader te onderbouwen en oordeelt dat geen recht bestaat op terugwerkende kracht van de Wajong-uitkering.