ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3100
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken schending zorgplicht assurantietussenpersoon
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Rabobank haar zorgplicht jegens eiseres had geschonden door een fout bij een overboeking van € 5.000,- niet direct te herstellen. In een tussenvonnis oordeelde de rechtbank dat Rabobank haar zorgplicht had geschonden. Rabobank stelde echter dat zij na ontdekking van de fout meerdere pogingen had gedaan om tot een oplossing te komen, maar dat eiseres niet bereid was tot overleg.
De rechtbank overwoog dat een rechter gebonden is aan bindende eindbeslissingen, maar dat hij hierop kan terugkomen indien blijkt dat deze berusten op onjuiste feitelijke of juridische gronden. Na heroverweging concludeerde de rechtbank dat Rabobank voldoende inspanningen had verricht om de fout te herstellen en dat het niet direct ongedaan maken van de situatie mede te wijten was aan de niet-coöperatieve houding van eiseres.
Eiseres had tevens een vermeerdering van eis ingediend op basis van een gewijzigde verzekeringsovereenkomst, maar de rechtbank oordeelde dat deze wijziging niet tot stand was gekomen en dat hiervoor geen nieuwe gronden waren aangevoerd. De vordering van eiseres werd daarom afgewezen.
De rechtbank veroordeelde eiseres in de proceskosten en wees de nakosten toe. Het vonnis werd gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis en op 20 april 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat Rabobank haar zorgplicht niet heeft geschonden.