ECLI:NL:RBARN:2011:BQ2556
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor onrechtmatige onttrekking van gelden door gemachtigde bestuurder
De stichting Beheer HH Derdengelden beheerde gelden die door financiële instellingen aan franchisenemers werden betaald. De bestuurder [betrokkene] opende in 2003 nieuwe rekeningen en gaf een volmacht aan [gedaagde] om elektronisch betalingen te verrichten. In de periode juli 2003 tot oktober 2004 werden ruim € 1.053.000 van de stichting overgeboekt naar rekeningen van aan [betrokkene] gelieerde ondernemingen, die later failliet gingen.
Na ontdekking van de onttrekkingen in december 2004 startte de stichting een onderzoek en stelde [gedaagde] aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen. Provisiebeheer, als cessionaris van de stichting, vordert schadevergoeding. [gedaagde] voert verweer met verjaring, ontkent onrechtmatigheid en stelt dat hij slechts in opdracht handelde en mocht vertrouwen op goedkeuring door het bestuur.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is en dat onrechtmatig handelen aannemelijk is indien Provisiebeheer kan bewijzen dat [gedaagde] bewust heeft meegewerkt aan de onrechtmatige onttrekkingen. De bewijsopdracht wordt aan Provisiebeheer gegeven om dit aan te tonen, inclusief het bewijs van de omvang van de overboekingen. Eigen schuld van de stichting leidt niet tot vermindering van de vergoedingsplicht. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoren.
Uitkomst: De rechtbank draagt Provisiebeheer op bewijs te leveren van bewust medewerken aan onrechtmatig handelen door [gedaagde] en houdt verdere beslissing aan.