ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0915
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.A. den Tonkelaar
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die eerder een negatieve uitspraak over haar had gedaan in een asielzaak. Zij vreesde hierdoor geen eerlijke behandeling te krijgen in haar huidige zaak. De rechter gaf aan geen aanleiding te zien zich terug te trekken, waarna het wrakingsverzoek werd ingediend en behandeld door de wrakingskamer.
De wrakingskamer beoordeelde of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter konden schaden. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen. Het enkele feit dat de rechter eerder een negatieve uitspraak deed, is onvoldoende voor een schijn van partijdigheid.
De kamer concludeerde dat verzoekster slechts geschrokken was van de herkenning van de rechter en dat dit geen objectief gerechtvaardigde vrees oplevert. Ook de verplaatsing van een eerdere zitting naar een andere rechter was niet relevant voor de beoordeling van partijdigheid.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.