ECLI:NL:RBARN:2011:BP9399
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden mede-eigendom en huurinkomsten
Eiseres ontving vanaf 2001 bijstand, maar meldde niet dat zij mede-eigenaar was van twee garageboxen en de daaruit voortvloeiende huurinkomsten. Dit leidde tot intrekking van haar bijstandsuitkering over de periode 24 augustus 2001 tot 1 december 2009 en terugvordering van €32.372,40. Het college kende haar vanaf 1 december 2009 opnieuw bijstand toe, maar in de vorm van een geldlening.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden door het niet melden van het onroerend goed en de huurpenningen. De waarde van het onroerend goed werd vastgesteld op €30.000, waarvan haar aandeel €15.000 was, wat boven de vrij te laten vermogensgrens lag. De jaarlijkse huurinkomsten werden correct toegerekend over de maanden. Hierdoor had zij geen recht op bijstand over de genoemde periode.
De rechtbank vernietigt het besluit om bijstand vanaf 1 december 2009 als lening toe te kennen, omdat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat eiseres op korte termijn over voldoende bestaansmiddelen zal beschikken na verkoop van haar aandeel en aflossing van haar schuld. Daarom moet zij bijstand om niet ontvangen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank bevestigt dat bewust handelen niet vereist is voor schending van de inlichtingenplicht en dat het feit dat eiseres door de strafrechter is vrijgesproken van bijstandsfraude niet relevant is voor deze bestuursrechtelijke procedure. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt op onderdelen vernietigd.
Uitkomst: Beroep gegrond; intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, leenbijstand vernietigd en bijstand om niet toegekend vanaf 1 december 2009.