ECLI:NL:RBARN:2011:BP8367
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens niet kunnen uitoefenen van recht van eerste koop winkelruimte
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding omdat hij zijn recht van eerste koop op een winkelruimte van circa 400 m2 niet heeft kunnen uitoefenen. De zaak betreft een koopovereenkomst uit 2003 en daaropvolgende overeenkomsten met OVOM B.V., die het object heeft gekocht en herontwikkeld. Eiser stelt dat OVOM niet heeft voldaan aan de verplichting om hem de winkelruimte aan te bieden tegen de overeengekomen prijs en oppervlakte.
De rechtbank analyseert de contractuele afspraken, waaronder het recht van eerste koop dat gold tot 1 januari 2005, en de correspondentie tussen partijen over de oppervlakte en prijs van de winkelruimte. OVOM stelde een aanbod van 354 m2 tegen een lagere prijs, terwijl eiser uitging van circa 400 m2. De rechtbank oordeelt dat het recht van eerste koop niet is vervallen en dat het aanbod van OVOM niet als realistisch en naar rato gelijkwaardig kan worden beschouwd zonder nadere onderbouwing.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlating door eiser over de financieringsmogelijkheden en de reële verhuurvooruitzichten, teneinde te bepalen welk aanbod als realistisch kan worden aangemerkt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en verwijst voor nadere uitlating over een realistisch en naar rato gelijkwaardig aanbod.