ECLI:NL:RBARN:2011:BP6993
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel en veroordeling voor uitbuiting vriendin in prostitutie
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van mensenhandel en poging diefstal. Verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde onder artikel 250a Sr (oud) omdat geen wettig en overtuigend bewijs was voor het verband tussen de dwangmiddelen en het beschikbaar stellen van het slachtoffer tot prostitutie. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte misbruik maakte van zijn overwicht en de kwetsbare positie van zijn vriendin, waardoor zij zich gedwongen voelde langer in de prostitutie te werken dan zij wilde.
De rechtbank nam verklaringen van het slachtoffer, getuigen, medische gegevens en andere bewijsmiddelen in overweging. Het bewijs toonde aan dat verdachte het geld van het slachtoffer beheerste en gebruikte voor eigen drugsgebruik, haar werktijden bepaalde en haar intimideerde. Verdachte werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
De civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd deels toegewezen voor een bedrag van €55.000,-, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende betrouwbare berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel. De strafrechtelijke procedure werd als passend en geboden beschouwd, rekening houdend met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van mensenhandel, veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf voor uitbuiting vriendin in prostitutie en deels toegewezen schadevergoeding van €55.000.