ECLI:NL:RBARN:2011:BP6862
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg en nakoming vaststellingsovereenkomst inzake eigendomsoverdracht rashond
Tussen partijen bestond een samenwerkingsverband in het houden en fokken van Duitse Herders, dat in 2007 werd beëindigd. Partijen sloten in september 2008 een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken zijn gemaakt over de verdeling en eigendomsoverdracht van honden, waaronder een specifieke regeling voor de hond [naam hond].
In september 2010 bracht [naam hond] een nest voort bij gedaagde, waarna de pups werden geregistreerd. Eiser vordert op grond van de overeenkomst dat gedaagde de hond aan hem overdraagt en meewerkt aan eigendomsoverdracht, omdat volgens hem de overeenkomst dit voorschrijft. Gedaagde weigert dit en betwist de uitleg van de overeenkomst.
De voorzieningenrechter past de Haviltex-maatstaf toe en concludeert dat uit de bepalingen van de overeenkomst, met name artikelen 7 en 15, volgt dat de hond na het registratiemoment van de pups aan eiser dient te worden overgedragen. Het verweer van gedaagde dat alleen hij recht heeft op één nest en eigendom behoudt, wordt onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig geacht.
Het subsidiaire verweer dat de overeenkomst buiten toepassing moet worden gelaten wegens vermeende overtreding van fokregels wordt verworpen, mede omdat een kort geding zich niet leent voor nadere bewijslevering. De vordering van eiser wordt toegewezen, met een dwangsom voor het geval gedaagde niet nakomt, en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte en eigendomsoverdracht van de rashond aan eiser met dwangsom en proceskostenveroordeling.