ECLI:NL:RBARN:2011:BP2026
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. van Belzen
- C. Lely-van Goch
- I. de Waal-van Wessem
- Rechtspraak.nl
Gedwongen ontheffing van het ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige
De rechtbank Arnhem behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarige, omdat de ouders niet in staat zijn hun opvoedkundige plichten te vervullen. De minderjarige is sinds 2006 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, verblijvend in een gezinshuis sinds 2007. De ouders verzetten zich tegen de uithuisplaatsing en voeren een juridische strijd, wat spanningen veroorzaakt bij de minderjarige.
De Raad stelde dat de ouders ongeschikt zijn en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende zijn om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De ouders weigeren samen te werken met hulpverlening en beïnvloeden de minderjarige negatief. De rechtbank concludeerde dat de ouders niet in staat zijn de belangen van de minderjarige voorop te stellen en dat de dreiging voor haar welzijn voortduurt.
Gelet op het belang van de minderjarige en de noodzaak van stabiliteit benoemde de rechtbank de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland tot voogd. De ouders werden ontheven van het gezag, en de voogdij wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de mogelijkheid van hoger beroep. De minderjarige wenst in het gezinshuis te blijven en heeft geen vertrouwen in de ouders.
De rechtbank benadrukte dat de ouders niet meewerken aan hulpverlening en dat hun gedrag de ontwikkeling van de minderjarige belemmert. De beslissing beoogt de continuïteit en stabiliteit van de opvoedingssituatie te waarborgen en het belang van de minderjarige te beschermen.
Uitkomst: De ouders worden ontheven van het ouderlijk gezag en Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.