ECLI:NL:RBARN:2010:BP0322
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. van Driel van Wageningen
- A.E.B. ter Heide
- J.M. Graat
- Rechtspraak.nl
Ontbinding parkeerrechten en ontruiming percelen Barneveld
In deze civiele zaak stond centraal of Hanzevast mondeling aan het Fonds een eeuwigdurend recht op 294 parkeerplaatsen had toegezegd, dat vervolgens aan Tasman en Breevast was overgedragen. Tasman en Breevast moesten dit bewijzen, maar slaagden daar niet in. Getuigenverklaringen waren onvoldoende concreet en gebaseerd op indirecte kennis, waardoor het bestaan van een dergelijk recht niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat Tasman en Breevast geen recht hadden op de parkeerplaatsen en wees hun vorderingen af. Westeneng, die eigenaar was van de percelen, kreeg gelijk in haar vordering tot ontruiming van de percelen die Tasman gebruikte zonder recht. Tevens werden Tasman en Breevast veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding voor het onrechtmatig gebruik van de parkeerplaatsen en omliggende gronden.
De proceskosten werden aan Tasman en Breevast opgelegd, inclusief kosten in de hoofdzaak en de vrijwaringsprocedures. De vorderingen tot vrijwaring tussen Westeneng en Hanzevast werden afgewezen. Het vonnis bevatte ook een dwangsom voor het geval Tasman en Breevast niet binnen de gestelde termijn zouden ontruimen.
Uitkomst: De vorderingen van Tasman en Breevast worden afgewezen; zij worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van schadevergoeding aan Westeneng.