ECLI:NL:RBARN:2010:BO9388

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/593
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:2 AwbArt. 8:5 AwbArt. 8:6 AwbArt. 25 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake beroep tegen afwijzing uitstel van betaling belasting

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om uitstel van betaling van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001. De rechtbank Arnhem heeft op 5 oktober 2010 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van dit beroep.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten op verzoeken om uitstel van betaling, zoals geregeld in de Invorderingswet 1990. Alleen besluiten op grond van de artikelen 30 en 49 van de Invorderingswet 1990 zijn vatbaar voor beroep bij de bestuursrechter.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. De rechtbank wijst eiser erop dat hij zich tot de burgerlijke rechter kan wenden indien hij meent dat het uitstel ten onrechte is geweigerd. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg, in aanwezigheid van griffier L.L. van Benthem. Partijen zijn schriftelijk geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van betaling.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
registratienummer: AWB 10/593
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 5 oktober 2010
inzake
[X], wonende te [Z] (Duitsland), eiser,
tegen
de inspecteur van de Belastingdienst/Oost kantoor Almelo, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding.
Verweerder heeft, bij brief van 25 november 2009, eisers verzoek om uitstel van betaling betreffende de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 afgewezen (kenmerk: [000]).
Eiser heeft tegen deze afwijzing, bij brief van 8 februari 2010, beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2010 te Arnhem
Namens verweerder is verschenen mr. drs. [gemachtigde]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op
5 juli 2010 aan [X] op het adres [A-straat 1] te [Z] (Duitsland), onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van TNT Post is gebleken dat de brief op 19 juli 2010 aan eiser op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.
2. Motivering
Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. In de artikelen 8:2 tot en met 8:6 van de Awb is geregeld waartegen geen beroep bij de rechtbank ingesteld kan worden.
De bovengenoemde brief van verweerder betreft een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Tegen deze beslissing staat geen beroep open bij de bestuursrechter. In artikel 8:5, eerste lid, van de Awb is immers bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij deze wet behoort. In de bijlage bij de Awb wordt onder meer de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30 en 49, genoemd. Dat betekent dat alleen tegen beslissingen op grond van de artikelen 30 en 49 van de Invorderingswet 1990 beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld. In artikel 25, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is geregeld dat de ontvanger uitstel van betaling kan verlenen. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling is dan ook geen beslissing waartegen beroep openstaat bij de rechtbank.
De rechtbank, sector bestuursrecht, is onbevoegd daarvan kennis te nemen.
De rechtbank wijst eiser er op dat hij zich tot de burgerlijke rechter kan wenden als hij van oordeel is dat verweerder ten onrechte uitstel van betaling heeft geweigerd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.L. van Benthem, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op: 5 oktober 2010
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.