ECLI:NL:RBARN:2010:BO4002
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag vordering schadevergoeding wegens vervuiling erfpachtsgrond wegens verjaring
De zaak betreft een civiele procedure tussen eiseres en gedaagde over vervuiling van de grond waarop een erfpachtsrecht rustte. Eiseres kocht het erfpachtsrecht van gedaagde, maar ontdekte na aankoop dat de grond verontreinigd was met afval en puin. Zij stelde gedaagde aansprakelijk voor de saneringskosten.
Eiseres baseerde haar vordering primair op wanprestatie wegens non-conformiteit van het verkochte erfpachtsrecht en subsidiair op onrechtmatige daad. Gedaagde voerde verweer met onder meer het beroep op klachtplicht en verjaring. De rechtbank overwoog dat op de koop van een erfpachtsrecht de bepalingen van Boek 7 BW van toepassing zijn, waaronder de klachtplicht en de korte verjaringstermijn van twee jaar.
De rechtbank stelde vast dat eiseres vanaf 25 november 2004 bekend was met de vervuiling en gedaagde hiervan op 10 december 2004 op de hoogte stelde, waarmee tijdig is geklaagd. De verjaringstermijn begon te lopen op die datum. Een stuitingsbrief van 16 mei 2006 was tijdig, waardoor een nieuwe verjaringstermijn van twee jaar begon. Echter, de dagvaarding van 5 maart 2010 was te laat, en de latere stuitingsbrief van 18 februari 2010 kwam te laat. Daarom oordeelde de rechtbank dat de vordering verjaard is en wees deze af.
De proceskosten werden aan eiseres opgelegd. De rechtbank hoefde daardoor niet inhoudelijk in te gaan op de vraag of sprake was van ernstige vervuiling of de hoogte van de schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiseres in de proceskosten.