ECLI:NL:RBARN:2010:BO3696

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
19 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
190702
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I. de Waal-van Wessem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 BWWet donorgegevens kunstmatige bevruchting
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek van minderjarige geboren na kunstmatige inseminatie in België

Verzoeksters, gehuwd sinds 2005, hebben in 2009 een minderjarige gekregen via kunstmatige inseminatie met anoniem donorsperma in België. Zij verzochten de adoptie van de nog ongeboren minderjarige door één van hen uit te spreken. De rechtbank wijst het verzoek af voor zover het betrekking heeft op adoptie vóór geboorte, omdat de identiteit van het kind dan nog niet vaststaat en artikel 1:230 lid 2 BW Pro dit niet toestaat.

De rechtbank beoordeelt het verzoek als een adoptie na geboorte en constateert dat verzoeksters aan de vereiste van drie jaar samenwonen voldoen, waardoor zij ontvankelijk zijn. Omdat de inseminatie in België plaatsvond, is artikel 1:227 lid 4 BW Pro niet van toepassing en wordt het verzoek getoetst aan lid 3 van dat artikel. De adoptie wordt alleen toegewezen indien het in het kennelijk belang van het kind is en vaststaat dat het kind niets meer van zijn biologische vader kan verwachten.

De rechtbank oordeelt dat aan deze voorwaarden is voldaan, aangezien de biologische vader onbekend is en het kind binnen het huwelijk van verzoeksters is geboren, die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben en het kind verzorgen. De adoptie wordt daarom toegewezen en werkt terug tot de geboortedatum van de minderjarige.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe en laat de adoptie terugwerken tot de geboortedatum van de minderjarige.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Sector Familie en Jeugd
Zaakgegevens: [nummer]
Datum uitspraak: 19 februari 2010
beschikking adoptie
in de zaak van
[verzoekster]
en
[moeder]
nader te noemen: verzoeksters,
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
advocaat mr. S.M.E. van Fraaijenhove te Breda.
Het verloop van de procedure
Gezien de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 september 2009;
- een brief, met bijlagen, van mr. S.M.E. van Fraaijenhove, ingekomen ter
griffie op 22 januari 2010.
De feiten
[Verzoekster] is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Verzoeksters zijn op [datum] te [plaats] met elkaar gehuwd.
Blijkens de overgelegde verklaring van dr. [naam] van 4 augustus 2009 is [de moeder] op 11 april 2009 geïnsemineerd met anoniem donorsperma in het Gynaecologisch Centrum te Gent (België). Deze inseminatie heeft tot een zwangerschap geleid.
Verzoeksters hebben blijkens de akte van naamskeuze van 25 augustus 2009 met betrekking tot de geslachtsnaam kind gekozen voor [achternaam verzoekster].
Binnen het huwelijk van verzoeksters is uit [de moeder] geboren de minderjarige:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
Verzoeksters zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hem.
Mr. S.M.E. van Fraaijenhove heeft op 2 december 2009 aan de griffier van deze rechtbank laten weten dat verzoeksters afzien van een mondelinge behandeling.
Het verzoek
Verzoeksters verzoeken de adoptie uit te spreken van de nog ongeboren [minderjarige], met uitgerekende geboortedatum [datum] door [verzoekster].
De beoordeling
Artikel 1:230 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (nader te noemen: BW) bepaalt onder meer dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van het kind, indien het kind is geboren binnen de relatie van de ouder en de adoptant en de adoptie voor de geboorte van het kind is verzocht.
Voor zover met het verzoek wordt beoogd de adoptie vóór de geboorte van het kind uit te spreken, wijst de rechtbank het verzoek af. De rechtbank is van oordeel dat het uitspreken van een adoptie van een kind dat op het moment van de adoptiebeslissing nog niet is geboren, ongewenst is, aangezien de identiteit van het te adopteren kind dan nog niet kan worden vastgesteld. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de bewoordingen van artikel 1:230 lid 2 BW Pro daartoe geen ruimte laten.
De rechtbank vat het verzoek op als een verzoek de adoptie uit te spreken nadat het kind is geboren.
Adoptie geschiedt ingevolge artikel 1:227 BW Pro door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Het verzoek door twee personen tezamen kan slechts worden gedaan, indien zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Nu aan dit vereiste is voldaan, zijn verzoeksters ontvankelijk in hun verzoek.
Alhoewel de minderjarige is geboren binnen de relatie van verzoekers en tengevolge van kunstmatige inseminatie is verwekt, is artikel 1:227 lid 4 BW Pro niet van toepassing; de kunstmatige inseminatie heeft plaatsgevonden in België, waardoor er geen verklaring van de stichting als bedoeld in artikel 1 onder Pro c van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is overgelegd. Het verzoek zal derhalve worden getoetst aan artikel 1:227 lid 3 BW Pro. Ingevolge dat artikel kan het verzoek alleen worden toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW Pro wordt voldaan.
De rechtbank overweegt dat aan de voorwaarden van artikel 1:227 lid 3 BW Pro juncto artikel 1:228 BW Pro - voor zover in deze zaak van toepassing - is voldaan. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Nu in de onderhavige zaak de (identiteit van de) biologische vader van de minderjarige onbekend is, staat vast dat te voorzien is dat de minderjarige voor de toekomst niets meer van hem in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. De adoptie van de minderjarige door [verzoekster] wordt in het kennelijk belang van de minderjarige geacht. De minderjarige is geboren binnen het huwelijk van verzoeksters, verzoeksters zijn gezamenlijk belast met het gezag over hem en hij wordt gezamenlijk door hen verzorgd en opgevoed.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot adoptie van de minderjarige door [verzoekster] toewijzen.
Nu de minderjarige is geboren binnen de relatie van verzoeksters en de adoptie voor de geboorte van de minderjarige is verzocht, werkt de adoptie op grond van artikel 1:230 lid 2 BW Pro terug tot het tijdstip van geboorte, zijnde [geboortedatum].
De beslissing
De rechtbank
1. spreekt uit de adoptie van de minderjarige:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
door [verzoekster], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente], [adres];
die terugwerkt tot [geboortedatum];
2. wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Waal-van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Moons als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2010.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoeksters en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.