ECLI:NL:RBARN:2010:BO1350
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Bruins
- A.M. van Gorp
- H.T. Wagenaar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik aan zorgtoevertrouwd kind
De rechtbank Arnhem heeft op 22 oktober 2010 een 40-jarige man uit Heteren vrijgesproken van het ten laste gelegde seksueel binnendringen en ontucht met een minderjarig meisje dat aan zijn zorg was toevertrouwd. Het slachtoffer had aanvankelijk gedetailleerde verklaringen afgelegd over het misbruik, maar trok deze later in en gaf aan dat zij had gelogen. De rechtbank hechtte meer waarde aan deze latere verklaring en de verklaring van de verdachte, die toegaf de dochter van zijn partner te hebben verzorgd vanwege een schimmelinfectie, maar ontkende seksuele handelingen.
Het DNA-onderzoek toonde een mengprofiel van het slachtoffer en verdachte in de onderbroek en een geringe hoeveelheid Y-chromosomaal DNA in de vagina, wat niet uitsluit dat het materiaal door verzorgende handelingen is overgedragen. De rechtbank vond dit bewijs onvoldoende om de beschuldigingen te staven. De verdachte had geen seksuele intenties en handelde uit bezorgdheid voor het welzijn van het kind.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer niet betrouwbaar waren, mede gezien eerdere leugens en de verzoening met de verdachte. De verdachte werd vrijgesproken omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De zaak werd behandeld op zittingen van 4 juni en 8 oktober 2010.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.