ECLI:NL:RBARN:2010:BN9755
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank bij geschil over hoogte advocaatdeclaratie
De burgerlijke maatschap De Mul Zegger Advocaten vordert betaling van een onbetaald gebleven deel van haar declaraties en de daarbij behorende rente van een cliënt. De cliënt bestrijdt de hoogte van de declaraties en voert aan dat de rechtbank niet bevoegd is om hierover te oordelen, omdat dit geschil volgens de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken (WTBZ) aan de Raad van Toezicht moet worden voorgelegd.
De rechtbank stelt vast dat een geschil over het salaris van de advocaat in de zin van artikel 32 WTBZ Pro moet worden beschouwd als een geschil over de hoogte van de declaratie. De beoordeling daarvan behoort toe aan de Raad van Toezicht en eventueel de rechter bedoeld in artikel 35 lid 1 WTBZ Pro. Ook klachten over de kwaliteit van de dienstverlening kunnen in deze beoordeling worden betrokken.
De cliënt voert aan dat de belangen niet goed zijn behartigd, dat de procedure onnodig is gerekt en dat er mogelijk dubbele werkzaamheden zijn gedeclareerd. De rechtbank oordeelt dat deze bezwaren onderdeel zijn van het geschil over de hoogte van de declaratie en dus niet door haar kunnen worden beoordeeld.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen en veroordeelt zij de maatschap in de kosten van de procedure. Het vonnis is uitgesproken op 6 oktober 2010 door mr. D. van Driel van Wageningen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het geschil over de hoogte van de advocaatdeclaratie en veroordeelt de maatschap in de proceskosten.