ECLI:NL:RBARN:2010:BN6962
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens seksueel misbruik van minderjarige dochter met vingerpenetratie
De rechtbank Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter gedurende een periode van ruim een jaar. De bewezenverklaring betreft ontuchtige handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van de vagina met de vingers, gepleegd tussen 1 december 2004 en 31 januari 2006. Verdachte werd vrijgesproken van een eerdere periode van misbruik wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op de verklaring van het slachtoffer en een ondersteunend verslag van de huisarts, die kort na het misbruik door het slachtoffer was geraadpleegd. De ontkennende verklaringen van verdachte werden niet geloofwaardig geacht. De rechtbank kwalificeerde de feiten als strafbaar volgens artikel 245 en Pro 249 lid 1 Sr, waarbij alleen de strafbepaling van artikel 245 Sr Pro werd toegepast vanwege de eendaadse samenloop.
De strafmaat werd bepaald op vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van het misbruik en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast werd een schadevergoeding van €2.531,16 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, met een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr en een subsidiaire hechtenis van 35 dagen bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten die onvoldoende waren bewezen en wees de overige vorderingen van het slachtoffer af wegens gebrek aan rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde. De uitspraak werd gedaan op 16 september 2010 na zittingen op 22 december 2009 en 2 september 2010.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een schadevergoeding van €2.531,16 aan het slachtoffer.