ECLI:NL:RBARN:2010:BN5634
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering dochter tot afgifte van as van overleden vader aan haar
De dochter van de overledene vorderde dat de askokers met de as van haar vader aan haar zouden worden afgegeven en dat de nieuwe vriendin van haar vader daaraan medewerking moest verlenen. De vader had zijn kinderen onterfd en zijn vriendin tot erfgenaam benoemd. De as was in bewaring bij de begraafplaats na crematie op verzoek van de vriendin.
De rechtbank oordeelde dat de lijkbezorging en asbestemming in principe moeten geschieden overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene, en bij gebrek daaraan rekening moet worden gehouden met de nabestaanden. Uit het testament bleek dat de vriendin de overledene het meest nabij stond, wat werd bevestigd door het gebrek aan contact tussen vader en dochter.
De rechtbank stelde dat de vriendin als nabestaande die de opdracht tot crematie gaf, bevoegd is de asbestemming te bepalen. De dochter had geen recht op afgifte van de askokers, mede omdat zij geen concreet plan gaf voor het gedenken en de belangen van de vriendin als naaste nabestaande zwaarder wogen. De vordering werd afgewezen en de dochter werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de dochter tot afgifte van de askokers wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.