ECLI:NL:RBARN:2010:BN3276
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag op hoofdagent tijdens rechtmatige aanhouding
Op 8 april 2010 werd verdachte aangehouden in haar woning te Wageningen op verdenking van vernieling. Tijdens de aanhouding maakte zij met een mes twee stekende bewegingen richting de hoofdagent van politie Gelderland-Midden, wat leidde tot een tenlastelegging van poging tot doodslag.
De rechtbank stelde vast dat de aanhouding rechtmatig was ondanks een vormverzuim omtrent het ontbreken van een schriftelijke machtiging tot binnentreden. Verdachte verzette zich hevig tijdens het transport en de inverzekeringstelling. De rechtbank sprak verdachte vrij van de vernieling van een graafmachine omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat zij schade had veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was voor poging tot doodslag, waarbij zij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de agent geraakt en mogelijk gedood zou worden. Verweren zoals noodweer, putatief noodweer en noodweerexces werden verworpen. Gelet op de ernst van het feit werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 237 dagen, waarvan 120 dagen niet ten uitvoer gelegd worden, met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €300 aan het slachtoffer toegewezen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 237 dagen gevangenisstraf waarvan 120 dagen voorwaardelijk voor poging tot doodslag op hoofdagent; vrijspraak vernieling graafmachine.