ECLI:NL:RBARN:2010:BN2180
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.H.W. Bodt
- J.H.A. van der Grinten
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boetes voor overtredingen Arbeidstijdenwet en -besluit vervoer
Eiseres exploiteert een transportonderneming en kreeg na een inspectie boetes opgelegd wegens 21 overtredingen van de Arbeidstijdenwet (Atw) en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv), met name het niet naleven van rust- en rijtijden. De boetes bedroegen in totaal €17.270. Eiseres betwistte de boetes onder meer met het argument dat sprake zou zijn van een concrete gevaarzettende situatie die strafrechtelijke vervolging vereist, en dat de boetes disproportioneel zijn.
De rechtbank stelt vast dat geen letsel of schade is ontstaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de verkeersveiligheid ernstig in gevaar brachten. De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie dat de boetes passend zijn en dat de bestuursrechtelijke sancties niet onredelijk zijn, ook niet in cumulatie. Het proportionaliteitsbeginsel is toegepast per overtreding en de boetes zijn afgestemd op de zwaarte van de overtredingen en de afschrikwekkende werking.
Eiseres voerde aan dat de chauffeurs hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn, maar de rechtbank wijst dit af op grond van het functioneel daderschap: de werkgever is verantwoordelijk tenzij hij aantoont dat hij voldoende toezicht en maatregelen heeft genomen. Ook de financiële situatie van eiseres rechtvaardigt geen matiging van de boete, omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat het voortbestaan van de onderneming ernstig wordt bedreigd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard en boetes van €17.270 bevestigd wegens overtredingen Arbeidstijdenwet en -besluit vervoer.