ECLI:NL:RBARN:2010:BN1978
Rechtbank Arnhem
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen gedwongen opname in psychiatrisch ziekenhuis gegrond verklaard
Betrokkene werd op 30 december 2009 gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op basis van een voorwaardelijke machtiging. Zij betwistte de rechtmatigheid van deze opname en stelde dat zij niet voorafgaand was gehoord, niet geïnformeerd was over haar rechtspositie en geen exemplaar van de omzetting had ontvangen.
De rechtbank Arnhem onderzocht de zaak op grond van artikel 14e van de Wet Bopz en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De toetsing richtte zich op de aanwezigheid van gronden voor vrijheidsbeneming op het moment van de rechterlijke beslissing. Omdat betrokkene op 14 januari 2010 voorwaardelijk ontslag had gekregen en zich aan de voorwaarden hield, was het gevaar dat aanleiding gaf tot opname kennelijk afgewend.
De rechtbank concludeerde dat geen van de in artikel 14d Wet Bopz genoemde gronden voor vrijheidsbeneming meer aanwezig waren. De formele bezwaren van betrokkene liet de rechtbank onbesproken omdat deze niet relevant waren voor de toetsing van de vrijheidsbeneming. De beslissing tot opname werd niet vernietigd, maar het bezwaar werd gegrond verklaard en er werd geen bevel tot invrijheidsstelling gegeven.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de gedwongen opname is gegrond verklaard omdat de gronden voor vrijheidsbeneming niet langer aanwezig zijn.