ECLI:NL:RBARN:2010:BN1619
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na beëindiging arbeidsovereenkomst
Werknemer was sinds 1989 in dienst bij De Haar en vervulde de functie van Chef Werkplaats. Na opzegging van de huurovereenkomst van het bedrijfspand door de gemeente Barneveld, werd de vestiging gesloten. Twee medewerkers werden via bemiddeling in dienst genomen bij een ander autobedrijf, maar werknemer weigerde het aanbod vanwege slechtere arbeidsvoorwaarden.
De Haar stelde werknemer op non-actief en vroeg ontslagvergunning aan bij het UWV, waarna de arbeidsovereenkomst werd beëindigd. Werknemer stelde dat sprake was van overgang van onderneming en dat het ontslag nietig was, maar deze procedure loopt nog bij een andere rechtbank.
In deze procedure vorderde werknemer een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk was en een schadevergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, omdat De Haar voldoende had gedaan om werknemer aan ander werk te helpen, waaronder financiële compensatie en bemiddeling. Werknemer had het aanbod van het andere bedrijf geweigerd, wat zijn eigen keuze was.
Ook het beroep op overgang van onderneming werd niet behandeld omdat dit niet ter beoordeling lag in deze procedure. De kantonrechter wees de vorderingen af en veroordeelde werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.