ECLI:NL:RBARN:2010:BN0376
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling overdrachtsbelasting bij voortzetting onderneming door zoon en derde
Eiser is samen met zijn vader en een derde een vennootschap onder firma gestart waarbij het bedrijfspand economisch eigendom was ingebracht. Na het vertrek van de vader uit de vennootschap werd het aandeel in het bedrijfsvermogen en de juridische eigendom van het bedrijfspand verdeeld tussen eiser en de derde, ieder voor 50%. Eiser deed een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting volgens artikel 15 lid 1 onderdeel Pro b van de WBR.
Verweerder legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de onderneming niet geheel werd voortgezet door familieleden die gerechtigd zijn tot de vrijstelling, aangezien ook een derde medeverkrijger was. De rechtbank overwoog dat de wetgever met artikel 15 lid 1 onderdeel Pro b WBR de vrijstelling beperkt heeft tot bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer. De uitbreiding van de kring van gerechtigden betreft alleen familieleden zoals broers, zusters en hun echtgenoten.
Omdat in dit geval de onderneming werd voortgezet door een zoon en een derde die niet tot de vrijgestelde kring behoort, is de vrijstelling niet van toepassing. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing is bij voortzetting van de onderneming door een zoon en een derde.